Doe het (1)
Hoe kun je een film als ‘independent film’ herkennen? Aan de regisseur? Aan de acteurs? Aan de productiemaatschappij?
Zoek op de term ‘independent film’ en probeer een omschrijving te maken. Zoek naar andere ‘independent’ films die één of meerdere Oscars wonnen.
Doe het (2): Opening als visitekaartje
De opening van een film is erg belangrijk. In het begin wordt meteen duidelijk gemaakt wat voor soort film het gaat worden: een snelle actiefilm, een komische film of een romantisch drama (relatiefilm over liefde en vriendschap). Bovendien moet je als kijker snel te weten komen wie de hoofdpersonen zijn en wat voor karakter en achtergrond ze hebben.
1. Bekijk een van de twee openingsscènes. Het ene fragment is de openingsscène van Dunya & Desie, het andere is van Vet Hard (Tim Oliehoek, 2005).
De video kan niet worden getoond. Wellicht dat je browser deze video niet kan afspelen?
2. Beschrijf wat je van de personages komt te weten en hoe je dat te weten komt. Wordt er veel tekst gebruikt om dat duidelijk te maken?
Je hebt gezien dat een openingsscène de toon zet voor de rest van de film.
Tijd om zelf aan de slag te gaan.
3. Bedenk een openingsscène voor een film waarin jij de hoofdrol speelt.
a. Vooraf kies je het genre van de film: romantisch drama of actiefilm.
b. Beschrijf daarna:
- Welke elementen passen bij dit genre? Bijvoorbeeld: snelle of langzame beeldwisselingen, sombere of juist vrolijke kleuren, veel of weinig camerabewegingen.
- Met een paar steekwoorden het karakter/ personage dat je speelt.
- Op welke manier verschijnt jouw personage in beeld? Bijvoorbeeld door middel van persoonlijke voorwerpen (en op wat voor manier dan), rennend (waar?), half in het duister (wat doe je daar) of anders.
Motiveer je keuzes!
Vervolgopdracht
4. Film de scène die je hebt bedacht met je mobieltje of met een digitale camera (filmfunctie). Jij speelt het personage, iemand anders maakt de opname op zo’n manier dat die past bij het type film.
De video kan niet worden getoond. Wellicht dat je browser deze video niet kan afspelen?
Doe het (3) Komt dat zien!
Reclamemakers gebruiken verschillende technieken om een product onder de aandacht te brengen. Dat geldt voor spijkerbroeken en pindakaas maar ook voor nieuwe films die worden uitgebracht. Ook die moeten hun weg naar het publiek vinden.
In de media zie je deze tien overtuigingstechnieken het meest voorbij komen:
- Humor - gekke of grappige afbeeldingen.
- Macho - stoere, sterke, echte mannen (of vrouwen kan ook).
- Vrienden - een groepje mensen die graag bij elkaar zijn.
- Familie - verschillende generaties bij elkaar die met elkaar vertrouwd zijn.
- Plezier - leuke mensen die leuke dingen doen.
- Natuur - het idee van gezondheid, zuiverheid, het buitenleven, schoon.
- Sexy - mooie lichamen van vrouwen of mannen in ideale verhoudingen.
- Cartoons - tekeningen van karakters die iets doen wat mensen niet kunnen of zeggen.
- Beroemdheid - iemand die doelgroep aanspreekt, zoals een popster, sporter, filmster, politicus.
- Rijkdom - dure en chique plaatsen en dingen zoals juwelen, huizen, auto’s, haute couture.
1. Zoek naar voorbeelden in kranten, tijdschriften of op internet van reclames waarin een of twee van deze technieken zichtbaar zijn.
2. Kies een actuele film die binnenkort uitkomt. Die vind je bijvoorbeeld op de website van mrmovie.
3. Op welke manier wordt er reclame gemaakt voor deze film? Zoek informatie en beantwoord de volgende vragen:
- Voor wie is de film bedoeld? Beschrijf de doelgroep: leeftijd, achtergrond, van welke media maakt deze groep gebruik?
- Welke van de bovenstaande overtuigingstechnieken worden gebruikt om de doelgroep te bereiken?
- Welk ‘kanaal’ of medium is volgens jou daarvoor het meest geschikt? Affiche, live performance, tv-reclame, tijdschrift- of krantreclame, via een luchtballon, mond tot mond. Alles mag, als de boodschap maar bij de doelgroep komt.
Vervolgopdracht
Bedenk een reclamecampagne voor de MovieZone-film die jullie hebben gezien. Die campagne moet voor veel publiciteit gaan zorgen.
1. Schrijf op welke overtuigingstechnieken je gaat gebruiken.
2. Kies twee ‘kanalen’ om ervoor te zorgen dat de campagne bij de doelgroep terecht komt.
3. Werk je voorstel uit in tekst en beeld.